Anne-Josťphine



Anne-Josèphe Théroigne de Méricourt

Anna-Josèphe Théroigne wordt op 13 augustus 1762 geboren in Marcourt, een klein dorp in Belgisch Luxemburg dat toen een Oostenrijkse provincie was. Haar ouders, Pierre Théroigne en Anne-Elisabeth Lahaye waren kleine boeren en ze woonden in een rijkelijk huis tegenover de kerk van Marcourt (waar momenteel het Syndicat d'Initiative gevestigd is), Anne-Josèphe was hun eerste kind. Twee jaar later wordt haar broer Pierre-Joseph geboren en in 1767 overlijdt haar moeder na de geboorte van een derde kind, Nicolas-Joseph.
De familie van haar moeder neemt haar twee broers voor zijn rekening, maar Anne-Josèphe moet haar dorp verlaten om in Luik bij een ongetrouwde zuster van haar vader te gaan leven. Haar tante brengt haar onder als pensiongast in een klooster waar ze zich moet onderwerpen aan een strenge discipline en waar ze min of meer leert lezen en schrijven, maar vooral naaien. Met negen jaar moet ze het klooster verlaten om als 'meid voor alle werk' te werken bij haar tante, inmiddels getrouwd en moeder van verschillende kinderen.

In 1772 laat haar vader haar naar Marcourt terugkomen, waar hij hertrouwd is met een veel jongere vrouw en waarmee hij 10 kinderen zal hebben in 13 jaartijd. Opnieuw is het leven van Anne-Josèphe een leven van bediende.
Aan 12 jaar verlaat ze het huis met haar twee broers en keert naar de familie van haar vader terug, waar helaas haar leven nauwelijks gemakkelijker wordt.
Ze vlucht opnieuw om als herderin te werken niet ver van Xhoris waar leden van haar familie wonen. Maar dat leven is zeer hard en ze keert naar Luik terug waar ze erin slaagt werk te vinden bij een 'burgerlijke' familie als oppas voor de kinderen en voor het naaiwerk.
Na een korte terugkeer naar haar familie vertrekt Anne-Josèphe naar Antwerpen met een haar volledig onbekende vrouw die ze per toeval ontmoet heeft. Ze is 15 jaar en droomt van een ander leven dan die van haar familiekring met hun kortzichtige moraal. Aangekomen in Antwerpen, laat de onbekende dame haar na een dag achter in een herberg zonder middel van bestaan. Gelukkig heeft mevrouw Colbert, een Engelse dame die door BelgiŽ reist, medelijden met haar en besluit om haar mee te nemen als gezelschapsdame voor haar eigen dochter van dezelfde leeftijd. Dankzij haar nieuwe omgeving kan Anne-Josèphe zich verder ontwikkelen en toont talent voor zang en piano.

Wanneer Anne-Josèphe twintig is keert mevrouw Colbert naar haar echtgenoot in Engeland terug. Anne-Josèphe ontdekt er de hoogste sociale klasse en de enige liefde van haar leven. Nochtans op advies van mevrouw Colbert weigert ze op zijn avances in te gaan, maar na een jaar laat ze zich verleiden en volgt haar minnaar naar zijn gronden. Natuurlijk komt het beloofde huwelijk niet tot stand en tenslotte brengt hij haar naar Parijs waar ze waarschijnlijk een dochter heeft gehad, Françoise Louise Septenville, die bij een voedster ondergebracht werd en later in 1788 door de pokken sterft.
Na haar terugkeer in Engeland ontvangt Anne-Josèphe een prinselijk bedrag schadevergoeding van haar minnaar die ze verstandig belegt, vervolgens vertrekt ze naar Londen waar ze zangles bij de castraat Tenducci volgt.
Nu ze al dat geld heeft wil ze haar vader mee laten profiteren en keert naar Marcourt terug om, te laat, te vernemen dat haar vader gestorven is. Aangezien er niemand meer van haar familie in Marcourt overblijft, reist ze door naar Erpigny, waar haar stiefmoeder met de kinderen naar haar eigen familie is teruggekeerd.

Nog steeds gul, geeft Anne-Josèphe een som geld aan haar stiefmoeder en vertrekt, in het gezelschap van haar broers en een halfbroer, Pierre met Tenducci naar ItaliŽ, waar haar broers zullen studeren. Anne-Josèphe is in Genua, waar ze zich Comtesse van Campinados (de naam van haar grootmoeder) laat noemen wanneer Tenducci haar wil dwingen om in concerten te zingen, terwijl ze weet dat ze nog niet goed voorbereid is. Ze slaagt erin om zich van Tenducci te ontdoen door hem geld te geven om te vertrekken. Vervolgens moet ze nog een tijd in ItaliŽ blijven om een behandeling voor een geslachtsziekte te volgen. Tenslotte gaat ze naar Frankrijk wegens financiŽle redenen, maar ook omdat ze gehoord heeft van de Revolutie en ze wil deze ondersteunen.

Vanaf augustus 1789 vestigt Anne-Josèphe zich in Versailles om dichtbij het Parlement te zijn waar ze alle zittingen bijwoont, gekleed in amazone met een zeer herkenbare rode jas. De afgevaardigden noemen haar de mooie Luikse.
Wanneer, in oktober, het Parlement naar Parijs verhuist, volgt Anne-Josèphe Théroigne. Ze opent een salon, die voor politici is gereserveerd, waar 's avonds men Camilla Desmoulins kan ontmoeten, Fabre d'Eglantine, Brissot en vele anderen. Ze sluit vriendschap met Gilbert Rome.
De koningsgezinde pers, die voor de eerste keer de naam Théroigne de Méricourt (waarschijnlijk gebaseerd op haar dorp van geboorte) gebruikt, maakt haar belachelijk en overstelpt haar van alle ongelijk: men noemt haar een wrede hoer dorstig naar bloedÖ. Ze wordt beschuldigd om de wreedheden van 5 en 6 oktober geleid te hebben, wanneer het volk het paleis van Versailles heeft aangevallen, terwijl ze in werkelijkheid zelfs niet ter plaatse was.

In januari 1790 vormt ze de basis, met Gilbert Rome, van het Vennootschap van de Vrienden van de Wet waar ze de enige vrouw onder min of meer twintig leden is. Het doel van deze vereniging is het volk in kennis te stellen van de werkzaamheden van het Parlement. In januari eveneens, is Théroigne de enige om openlijk tegen het idee te protesteren dat de vrouw onderworpen is aan de bescherming van de man en ze zelfs een scriptie daaromtrent wil schrijven. De Vennootschap van de Vrienden van de Wet zal al ontbonden worden in maart van hetzelfde jaar. Ze probeert zich tot de 'District de Cordeliers' te laten toelaten, maar hoewel haar redevoering met enthousiasme wordt ontvangen, weigert men haar toelating. Ze probeert dan de 'Club des Droits de l'Homme' te stichten, maar niemand volgt haar in dit idee.

Behalve deze mislukkingen en aanvallen in de koningsgezinde pers, is er haar financiŽle situatie die verontrustend wordt, terwijl haar broers zich nog altijd laten onderhouden. Tenslotte gedurende de zomer van 1790, besluit ze om Frankrijk te verlaten om naar Marcourt terug te keren en haar familie te bezoeken dichtbij Luik. Ze koopt zelfs een terrein met het idee om voortaan een vredig leven te leiden op het platteland. Maar de vrede duurt niet lang. Weldra gaat er een gerucht dat ze door de Jacobijnen naar BelgiŽ wordt gezonden om de Oostenrijkse monarchie omver te gooien! Een vroegere ambassadeur van Oostenrijk in Frankrijk, ervan overtuigd dat dit de waarheid is, besluit om haar te arresteren om gerechtigheid te laten geschieden. Op 15 januari 1791 wordt ze gevangengenomen door koningsgezinde Franse officiers en weggeleid naar Wenen om veroordeeld te worden.

De reis duurt 10 dagen, en gans de weg proberen haar ontvoerders haar te laten bekennen, ze schrijven zelfs al haar bekentenissen! Ze proberen eveneens haar te verkrachten, maar ze verdedigt zich zodat de koningsgezinde kranten zullen schrijven dat ze geprobeerde haar kidnappers te verleiden die zich moedig verzet hebbenÖ
Van Wenen wordt ze overgebracht naar een vesting in Tyrol waar ze onder een valse naam wordt vastgehouden. Ze vraagt om veroordeeld te worden 'haar' keizer (ze is geen Franse) en ze dringt bij haar broer aan om haar zaak in Wenen te pleiten. Hij doet niets, eerder het tegendeel, hij profiteert ervan om haar meer geld afhandig te maken. Gelukkig wordt haar eerherstel door een scrupuleuze man opgenomen, maar de procedure naar de waarheid is lang en ze lijdt aan claustrofobie in haar cel.

Wegens gezondheidsredenen kan Anne-Josèphe de gevangenis in augustus 1791 verlaten en zich vestigen in Wenen, altijd onder toezicht, waar ze tenslotte aan een audientie bij de keizer Leopold krijgt. Eind november wordt ze bevrijdt en gaat naar Brussel. Wanneer ze in januari 1792 in Frankrijk aankomt, waar men over oorlog tegen Oostenrijk spreekt, is ze voorstander van oorlog geworden en ze stelt de oprichting van legioenen van amazones voor.
Geliefd door het volk dankzij haar ongelukkige avonturen, worden haar voorstellen bekritiseerd door de koningsgezinde pers evengoed als door de revolutionaire pers, omdat de plaats van de vrouw aan de haard is.
Op 11 maart organiseert Théroigne met een zeker succes een manifestatie aan de 'Champs de Mars' om vrouwen te rekruteren,. maar op 12 april geeft men haar aan als de schuldige amazone om de openbare orde verstoord te hebben en ze wordt belachelijk gemaakt voor het Parlement.
Op 10 augustus is Théroigne aanwezig bij de dood van een koningsgezinde journalist door de mensenmenigte en de moordpartijen in Parijs gaan door tot in september. Théroigne is niettemin afwezig maar wordt van moordenaarster beschuldigd.
Ze verdwijnt voor een tijdje van de politieke scène en in mei 1793 stelt ze een pamflet op die haar revolutionair testament zal zijn. Op 13 mei wordt ze apart genomen, ontbloot en publiekelijk gegeseld door een opgezweepte jacobines die haar ervan verdenken gunstig gezind voor de Girondins te zijn. Théroigne, gered door Marat, zal zich hier nooit kunnen overzetten.
.
Op 27 juni 1794 wordt Théroigne aangehouden maar ze ontsnapt aan het schavot en is komt vrij in de herfst, aan het eind van de terreur. Helaas zal ze nooit de kleine kamer terugvinden waar ze woonde, omdat intussen zijn tweede broer, Nicolas-Joseph, erin geslaagd is het te laten gek verklaren en ze in het 'Maison des Folles du Faubourg Saint Martin' wordt geÔnterneerd. Ze zal verschillende keer in andere asielen overgebracht worden, waarvan de laatste 'Salpétrière' is Haar levensomstandigheden zijn afschuwelijk en haar broer laat haar volledig aan haar lot over en palmt al haar goederen in.
Ze houdt nog altijd revolutionaire redevoeringen, eet bocht, drinkt vuil water en reinigt haar stro dat als bed dient door emmers water ernaar te werpen. Paradoxaal wordt haar gezondheid beter, ze overleeft zelfs verschillende ziektes, maar ze weigert elk voedsel en sterft op 23 juni 1817.

Théroigne de Méricourt was een strijdlustige vrouw (vrij klein en fijn van gestalte) met een moedig karakter en van gulle aard jegens haar familie die haar heeft verraden. De schriftelijke geschiedenis door de mannen heeft haar altijd als een soort prostituee voorgesteld die de rijkdommen afdwong van haar minnaars en later, gedurende de Revolutie, als bloedige 'harpij'. In werkelijkheid heeft ze altijd tegen de mishandeling en de vernederingen gestreden die men haar oplegde. Ze geloofde in deze Revolutie om tot 'Vrijheid', 'Gelijkheid' en 'Broederschap' voor iedereen te komen. Maar het was te vroeg voor een vrouw en ze heeft slechts mislukkingen gekend, wat haar waarschijnlijk in een toestand van depressie heeft gebracht, waarvan haar broer heeft geprofiteerd om zich te verrijken.

Bij de gelegenheid van haar 100 jaar, heeft de Raad van de Franstalige vrouwen van BelgiŽ een prijs Théroigne de Méricourt gecreŽerd die aan een vrouw of een groep vrouwen worden gegeven, inwoner in WalloniŽ, dat zich actief bezighoud om de gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bevorderen.